Henk Peters
Henk Peters

HET SELECTEREN 2

In dit artikel ga ik opnieuw drie details die belangrijk zijn bij selectie aan U voorleggen. Dit zijn "De reismand als selecteur", "De Belgische methode", "De Hermes/Mazee Methode". Deze drie methodes hebben iets gemeen. De duif zal deze methodes met goed gevolg moeten doorstaan. Het zegt veel over het uithoudingsvermogen, het vasthouden van de"forme" het hebben van weerstand. Belangrijke bij het selecteren.

De reismand is als selecteur een vaste maatstaaf. Duiven moeten op wedvluchten presteren, daar hebben we ze voor. Duiven moeten thuis kunnen komen dat is voor ons een vaststaand gegeven.

Er zijn liefhebbers, die de reismand als het enige en onfeilbare selectie middel aanduiden. Was het zo eenvoudig, alle problemen zouden zijn opgelost en iedereen zou feiloos kunnen selecteren. Hoe vaak zien we dat jonge duiven in hun geboorte jaar goed vliegen, dit nadien nooit meer, of slechts zelden doen. Hoe vaak zien we het tegenovergestelde, jonge duiven die in hun gerboorte jaar bijna geen papier raken, dus op mandselectie opgeruimd hadden moeten worden, als jaarling, of als tweejaarse toppers blijken te zijn.

Waarom jonge duiven en jaarlingen, met alle kwaliteiten die een duif moet hebben, zich soms slecht of in het geheel niet klaseren, is een raadsel en als twee of driejarige aan de top spelen is een nog veel groter raadsel. Hier zijn talloze voorbeelden van. Het is een vaststaand feit dat iedere duif slechts top kan vliegen op een afstand welke haar mogelijkheden niet te boven gaan. We weten allemaal dat vitesse anders is dan halve fond en dat de eendaagse fond anders is dan de overnacht fond. Duiven die top maken op alle afstanden zijn zeer zeldzaam. Op eigen hokken kijk ik heel weinig naar prestaties van jonge duiven. Ik zie graag dat ze vit thuis komen. Uitgebluste duiven zie ik niet graag. Bijna al mijn jonge duiven worden ingezet op nationaal Orleans (voor ons 604km) en dat is de enigste vlucht waar ik waarde echt aan prestaties. Een jonge duif die het voorprogramma netjes heeft afgewerkt, met of zonder resultaten, maar op Orleans prijs vliegt, zal een bruikbare of goede duif worden. Mijn advies is dan ook: De mand is als selectie middel bij twee jarige duiven of ouder een goed middel. Bij jonge duiven en jaarlingen is het een aanvaardbaar middel, maar spring er oordeelkundig mee om.

De Belgische Methode bestaat er uit om duiven 4 tot 5 dagen in reismanden op te sluiten, verstoken van water en voeder. Er gingen zelfs geruchten dat er liefhebbers waren die zworen bij minimaal zeven dagen. Na deze periode worden de duiven uit de reismanden gelaten voorzien van water en voer. Na twee uren worden de duiven dan uitgeselecteerd op conditie. Duiven die duidelijk zichbaar het slechtste uitzien worden weggeselecteerd Deze methode werdt in vroegere jaren veel in Belgie werdt toegepast. Een keiharde methode. Toch zegt ook deze methode weer veel over de hardheid, het uithoudingvermogen, de weerstand en het omgaan met de reserves die een duif moet hebben. Zwakke duiven zullen zichbaar lijden bij deze methoden en bij elke selectie is het de bedoeling om in eerste aanzet de zwakken van de sterken te onderscheiden.

De Hermes/Mazee methode, het zogenaamde Saarland experiment van Raymund Hermes uit Hamm/Sieg is bij de meeste liefhebbers aardig bekend. Ook dit experiment heeft tot doel de zwakkeren van de sterken te scheiden. Bij Raymund zitten de duiven in rennen in de openlucht. Bloodgesteld an alle weersomstandigheden, zomer en winter. Ook bij deze methode zullen de zwakkeren, dus de duiven met de minste weerstand zicht onderscheiden. De Mazee methode, heeft dezelfde doelstelling, na de laatste vlucht waaraan de duiven deelnemen, bij deze fondspeler, en dat is meestal Etampes in September. Gaan de duiven naar buiten en worden de kleppen gesloten. Ze komen dan vier weken niet meer binnen en moeten zelf hun kostje bij elkaar zoeken. Voor de duiven is er in deze periode op de velden genoeg te vinden. Overal liggen braak ligende graan en maisvelden met voeder restanten. De eerste dagen is het met het toepassen van deze methode een doffe ellende. Immers de duiven zijn het altijd gewoon geweest om voeder en water in het hok te vinden. Ze proberen nu op alle manieren een opening te vinden om in het hok te kunnen komen. Na een aantal dagen merk je dat ze uren weg zijn, dan hebben ze de trek naar de velden gevonden. De eerste dagen overnachten ze in koppels op het hok of de daken. Dit gedrag veranderd na een aantal dagen. De duiven verspreiden zich meer, gaan overnachten op meer beschutte plekken, in bomen, onder richels, uit de wind en regen, naast een schoorsteen. Na een dag of tien veertien zie je bijna geen duif meer op het hok overnachten. Hun natuurlijke instinct begint te werken. Ze komen dichter bij de natuur te staan. Zoeken natuurlijke bescherming tegen de elementen.

Ze worden alerter op katten, roofvogels, jagers en alle andere gevaren die de natuur voortbrengt. Hun pluimen worden dikker, de uitstraling in hun ogen wordt anders, feller van kleur. Als na een week of vier de kleppen weer worden geopent is het een probleem om de duiven weer binnen te krijgen, Het duurt soms langer dan een week voordat de laatsten binnen lopen. Ze hebben hun eigen ritme in de natuur gevonden geleerd hier te overleven en ook daar blijven ze een tijdje aan gehecht. Het verlies percentage ligt rond de 10%. Vooral de liefhebbers van de grote overnachtvluchten, zullen bij het toepassen van dit selectie systeem voordeel hebben. Ze hebben duiven die afgehard zijn in de natuur, hun natuurlijke vijanden kennen en ze zullen zich beter beschutten tegen de elementen. Juist dit laatste zou een wezelijk voordeel kunnen zijn.

Enkele Tips:

  • Jonge duiven alleen selecteren na de rui, pas dan kun je ze optimaal beoordelen.
  • Probeer zoveel mogelijk kampioensduiven in handen te krijgen, u zult dan de kwaliteiten aantreffen die ik omschrijf in mijn artikelen.
  • U zult na een bepaalde tijd al snel twee categorieen onderkennen: De echte topduiven en totaal waardeloze duiven.
  • De middenklasse is het moeilijkste te selecteren. Dit zijn duiven die er perfect uitzien en geen uiterlijke fouten hebben. Dit zijn ook duiven die prijs vliegen, soms zelfs een enkele keer vroeg. Het selecteren van deze groep duiven vergt jarenlange ervaring , feeling en vakkennis. Deze middengroep is ook de minst belangrijke factor immers in negen van de tien gevallen zal een gross gedeelte toch op de hokken blijven. Immers niemand heeft een hok met alleen maar toppers en ook niemand heeft een hok met alleen maar afval. Dus je bent als duivenliefhebber al een stuk verder als je werkelijk het kaf van het koren kunt scheiden.

In een volgend artikel gaan we in op het belang van de pluimen bij selectie, de lichaamsbouw en het oog.

Henk Peters