HET SELECTEREN 3 | ||
In deze aflevering van selectie ga ik weer een drietal onderwerpen bespreken die een belangrijk detail vormen bij de selectie. De vleugel, de voorarm en het oog zullen deze details zijn. Aan de hand van enkele tekeningen en wat foto's zal ik proberen de duivenliefhebber iets extra.s te geven. Deze informatie is ook terug te vinden in de eerste videofilm van de Familie Eijerkamp (anno 1985). Het spreekt vanzelf, beste lezer, dat er de laatste vijftien jaar veel is veranderd in de duivensport. Toch mag U van mij aannemen dat de kenmerken van een "goede duif" niet zijn veranderd, tenminste niet voor de echte kenner. In totaliteit is de duif, wat type betreft, wat compacter geworden, je ziet niet veel "topduiven" meer met zware koppen. Er straalt in nu meer snelheid vanaf. Veel vroegere liefhebbers vonden zware koppen met dikke neusdoppen een kenmerk voor kwaliteit. Het is dan ook niet vreemd dat men in die periode hier ook op ging selecteren en fokken. Heden ten dage vindt men vooral voor de grote fond geen duiven meer met zware koppen. Op de vittesse en halvefond komt met deze nog wel eens tegen. De voorarm Deze moet kort en krachtig zijn (zie fig 1) en duidelijk zichbaar naast het lichaam van de duif. De voorarm is de krachtarm van de duif. Hiermee moet hij al het werk doen tijdens de vluchten. Er zijn specialisten op het gebied van de vleugertheorie, die met ingewikkelde meetinstrumenten tot op de milimeter denken te kunnen bepalen of een duif goed is of slecht en wat de ideale verhoudingen vleugel/voorarm zijn. De theorie klopt misschien wel, maar de praktijk is vaak anders. Mijn mening hierover is denk ik erg duidelijk: Een duif moet een voorarm (lees: krachtarm) hebben die in verhouding is met de vleugel. Een lange voorarm met een korte vleugel is nooit goed!!. De duif zal tijdens het vliegen teveel kracht moeten gebruiken en snel vermoeid raken. Bij fondduiven zie je altijd een korte stevige(dikke) voorarm. Bij sommigge "Top" vliegers op vittesse en halvefond ben ik duiven tegen gekomen met een wat minderdikke dus plattere voorarm. Deze voorarm is naast het lichaam ook niet zo duidelijk te zien maar vormt meer een geheel met het lichaam, wel was de lengte in overeenstemming met de vleugel. Toch waren dit absolute topduiven. Kijken we naar snelheidssporten bij de "mensen" dan krijgen we in feite het zelfde beeld te zien. Je ziet mensen van verschillende lengtes en met verschillende lengtes benen, triomferen op sprints en de lange afstand marathons. Je kunt niet zeggen dat mensen met lange benen de absolute overwinnaars zijn en mensen met korte benen de verliezers. Nooit zie je echter mensen met extreem korte benen een marathon winnen. Een goede en snelle vleugel is belangrijk. (zie fig 2) Persoonlijk zie ik graag een verspringing tussen de voor en achter vleugel.
Dit zie je bij alle As-duiven, bekijk de foto's van de '05', van 'James Bond' enz. Bewezen superduiven. Elke vleugel is perfect, de ene misschien wat beter dan de andere. Een supervleugel heeft de"888", het was ook een supervogel. De andere vleugels zijn missschien in de ogen van de deskundigen iets minder, maar zijn de prestatie's ook minder?? Lees nu het stukje hierboven over de snelheidssporten bij mensen nog eens terug en vergelijk dan de afbeelding 2 met 3 en u zult begrijpen wat korte beentjes en een verkeerde vleugel zijn.
Graag zie ik in een vleugel dat de laatste vier slagpennen een blok vormen (zie fig 4), de kracht straalt er vanaf.
Elke pen is perfect, elastisch en veerkrachrig, met prachtige rondingen (zie ook fig 5). Ogen Een onderwerp waar honderden artikelen aan zijn gewijd. Vooral de laatste jaren heeft dit een enorme opgang gemaakt. Het is zelfs zo ver geweest, dat "de man met de lamp en loep" in inzetlokalen de liefhebbers behulpzaam was zijn getekende duiven en de duiven voor de grote poules aan te wijzen! Gelukkig is deze 'gekte' weer naar de achtergrond verdwenen. Hieruit blijkt wel hoe gemakkelijk liefhebbers zijn te beinvloeden. Immers een goed, of (zo U wilt) een perfect vliegoog is niet voldoende om een eerste te winnen. Gezondheid, motivatie en een perfecte conditie zijn belanrijke details voor het winnen van een eerste in het concours. Nu moet U niet denken dat ik geen waarde hecht aan het oog, ik hecht er zelfs zeer grote waarde aan. Ik denk dat ik de aller eerste was die duivenogen in kleur fotografeerde. Ik zou dit natuurlijk 25 jaar geleden niet gedaan hebben als ik niet iets mee wilde laten zien. Alleen was op dat moment de tijd er denk ik niet rijp voor. In de 1e Eijerkampfilm vertellen wij kort en bondig wat wij in een oog zagen(15 jaar geleden), het zelfde zien wij er nu nog in, niets anders en niets nieuws. Onze tekst van toen omvat de gehele ogentheorie. Het waren voor die tijd unieke beelden. Wie deze film nog heeft kan hem er eens op nazien. Ik begon ruim 15 jaar geleden in de Eijerkampboeken, de duif, de vleugel en het oog af te beelden. Dit is nadien een internationale race geworden, een jaar of drie later brachten diverse duivenkranten rond de wereld, zelf tot Japan en China toe, deze wijze van fotograferen in hun editie's. Ik denk, met recht, een beetje trots te mogen zijn op deze eerste aanzet. De duivensport journalistiek is er wat professioneler, kleurrijker door geworden. Bekijk maar eens goed de ogen van een aantal Supercracks van 15 jaar geleden en leg er de ogentheorie naast en u zult vele waarheden tegen komen. U zult zien waar de Eijerkampen in investeerden. De klas van het ras. Hans Eijerkamp en Zonen kochten de beste duiven ter wereld. Kijk in de ogen van de "05", van "James Bond", de wereldberoemde "888" en u ziet alles wat bij een topvlieger in het oog te zien moet zijn. Het oog van "de Granaat" is een droom voor elke ogenspecialist. De bergachtige iris, de duidelijk zichtbare verkenningscirkel en de kleine pupil. In het duivenoog is dus veel te zien, een duif met een verkeerd oog zal nooit geen topduif zijn. Wel kan een dergelijke duif soms een vroege prijs of een eerste winnen. Meestal is dit een 'lucky shot", de duif heeft op dat moment het geluk om met de juiste groep mee te trekken, heeft daarnaast op dat moment de juiste conditie en de juiste motivatie. Elke echte vedette zal de omschreven oogkenmerken hebben. Liefhebbers die deskundig met deze oogkenmerken omgaan zullen daar een wezelijk voordeel aan hebben. De kweekwaarde van hun duiven zal er op vooruit gaan. Dit heeft tot gevolg: minder verliezen aan jonge duiven en betere vliegprestatie's. In zijn totaliteit hebben aanhangers van de ogentheorie een wezelijk voordeel. Ze selecteren een aantal 'foute' duiven uit en dat is belangrijk. De gemiddelde liefhebber kweekt meer dat 95% slechte duiven, liefhebbers die de kennis van de oogkenmerken goed benutten zullen al snel zien dat ze 20% of zelfs meer aan goede duiven over gaan houden. dus een goede vooruitgang. Dit is alleen van toepassing indien ze uitgaan van zeer goede vliegduiven met de juiste oogkenmerken. Is de ogentheorie nu de enigste vaste en onfeilbare waarde?? Neen zeker niet, ook duiven met deze goede oogkenmerken geven jammer genoeg nog steeds 60 tot 80% slechte duiven. Dit heeft te maken met de vererving van het "kompas". Hoe graag wij dat geheim ook zouden willen oplossen, het blijft een groot mysterie, ondanks de vele miljoenen aan onderzoek die hieraan jaarlijks worden besteed. Tot op heden heeft onze postduif dat geheim niet prijs gegeven en dat is misschien wel goed ook. Daarnaast geeft een koppeling van een duif met zeer goede oogkenmerken gekoppelt aan een duif met zeer slechte oogkenmerken. Ongeveer 50% duiven met goede oogkenmerken. Al dit nageslacht is echter voor 99% onbruikbaar voor zowel vlieg als kweek, je zit dan in je maag met duiven met goede oogkenmerken, die voor geen meter vliegen en dat kan knap beroerd zijn. Selectie 4, de volgende aflevering heeft weer een drietal details, die u helpen bij de selectie en de oogkenmerken komen dan nogmaals in beeld. Misschien gaat het wel over snelheid en fondkenmerken, je weet het maar nooit... |