Henk Peters
Henk Peters

DE WINTERKWEEK 1

Half November, 6 weken voor het nieuwe jaar. Het tijdstip dat veel liefhebbers in Nederland en Belgie hun duiven samenzetten. Nederlandse liefhebbers, die om wat voor redenen dan ook niet verduisteren, willen hun duiven nog vol in de pluimen hebben als de mooiste vluchten voor deze categorie aanvangen.

De NPO-vluchten, in Nederland steeds meer teletekstvluchten genoemd, mogen zich verheugen op een gestaag groeiende deelname. Nationaal Orleans, de klassieker voor jonge duiven, is sinds enkele jaren weer in ere hersteld. Dit grootste concours ter wereld met deelname van 150 tot 200.000 duiven groeit jaarlijks in populariteit. In Belgie start men veel vroeger met het jonge duiven spel en daar zijn winterjongen de oplossing. Bijna alle Belgische liefhebbers die aan dit spel deelnemen kweken dan ook winterjongen.

In Duitsland start men veel later met het jonge duivenspel en speelt men ook veel minder vluchten. Men ziet hier dan ook duidelijk dat er veel minder aan winterkweek wordt gedaan dan in de landen waar het spel veel ruimer is.

De voorbereiding

Om van een goede kweek en vooral van een goede winterkweek verzekert te zijn hebben we in de eerste plaats een perfecte gezondheid nodig. De duiven dienen vrij te zijn van alle ziektes voordat er gekoppelt gaat worden. Ik wil hier verder niet op ingaan, immers elke dduivenliefhebber in deze tijd weet welke ziektes een gevaar zijn en weet ook hoe hij ze gezond kan krijgen en kan houden. Het is aan te bevelen niet meer te kuren, nadat de duiven zijn samengezet, tegen geel. Dit in iedergeval tot dat de duiven op eieren zitten. Het kuren vlak voordat de duiven moeten leggen kan tot gevolg hebben dat er veel onbevruchte eieren zijn.

Op onze hokken krijgen de duiven, 15-dagen voor de koppeling, 5 dagen puur gerst. Daarna schakelen we langzaam over op wat steviger voer. Vaste bestanddelen van dit voer zijn "Tortelduivenvoer", "Parkietenzaad", en "hennip". We mengen dit ongeveer als volgt:

3 bussen kweekvoer
2 bussen gerst
1 x Tortel
1x parkiet
1x hennip

Deze prachtige mengeling zorgt er voor dat de duiven na tien dagen perfect in orde zijn voor de winterkweek. Het is natuurlijk vanzelfsprekend dat de duiven voorzien moeten zijn van grit, roodsteen kalk en mineralen. Normaal ga ik in mijn artikelen op dit soort zaken niet in, omdat elke liefhebber weet dat dit noodzakelijk is.

Toch wil ik dit keer onze werkwijze uiteenzetten. Wij hebben ons aangeleerd om elke zaterdag grit, roodsteen en de mineralen te verversen. De onderliggende gedachte hierbij is dat zaterdag in het seisoen de duiven thuis komen van een vlucht. Bij thuiskomst vinden ze dan steeds verse zaken, ze zullen er van eten naar behoefte. Ververst je deze zaken midden in de week dan doen deze duiven het zelfde, ze zullen er van eten en dat moet ik niet. Ze moeten op dat moment wat anders eten. Dus nu hebben we ons aangeleerd om dit winter en zomer te doen, een vast iets op een vaste dag.

Het koppelen

Misschien wel het meest beschreven onderwerp in de duivensport. Hoe moet je koppelen om 'toppers' te kweken? "Top x Top = Top ?" Was het maar zo eenvoudig!!. Top x Top = 99% afval. Is een realiteit die beter met de werkelijkheid overeenkomt Pak bij een 'grote' liefhebber de vier beste vliegduiven van zijn hok, je degradeerd hem tot de middelmoot.

De meeste rassen of soorten doen het 't beste in hun streek of land van oorsprong. Overgebracht naar andere landen of streken hebben ze vaak langere tijd nodig om te acclimatiseren en aan de nieuwe levensomstandigheden te wennen. Vandaar ook de grote verrassingen bij de liefhebbers, die botweg denken dat duiven van A in Limburg even goed vliegen in Groningen. Dat duiven uit Belgie even goed vliegen in Nederland. Dat duiven uit Berlijn even goed vliegen in München of waar ook ter wereld.

Maar dat is niet waar. De oorzaak is niet te vinden, de duiven zien er goed uit. Eerst na jaren kweken zal men enig resultaat weten te boeken, dan hebben de duiven zich aangepast aan de andere omstandigheden.

In 1982 kwam ik in het bezit van een tiental pure Andre' Vanbruaene duiven. De Barcelona specialist uit het Belgische Lauwe. Duiven die mij van onder tot boven aanstonden, ik had ze dan ook uit de aller beste lijnnen van dit superhok. Ik was zo enthiousiast over deze duiven dat ik er nog een tiental bijhaalde op de hokken van Natural, waar deze soort ruim vertegenwoordigt was. Vanaf 1983 kwam ik in een neergaande spiraal terecht en had tot 1987 moeite om op het papier te geraken. In de hand en op het oog verblindende duiven. Met het kweken heb ik alle denkbare kombinaties toegepast. Prachtige nakweek met ogen in hun kop die elke liefhebber deed watertanden. In het voorjaar van 1987 besloot ik deze duiven totaal af te stoten, een prachtige ronde voorjaarsjongen ging in zijn totaliteit naar een Belgische beginneling in de buurt van Lille en zie deze ronde jongen deed het daar voorstreffelijk en bracht deze jongeling jarenlang op het ere-schavot. Dit bewijst dus overduidelijk dat deze duiven in ons gebied niet voldeden, een maal terug in hun omgeving van oorsprong vlogen ze direct mee aan de top.

Een tweede en recent voorbeeld wil ik u niet onthouden. Door mijn werkzaamheden bij Eijerkamp kwam ik in 1986 in het bezit van een aantal topduiven. Hieronder een Janssen duiven NL86-324814 uit de lijn van de 'Goede jaarling' en de 'Bange 02' uit de lijn van 'Rode Appie' Deze duivin was een pure goudklomp, alles wat er uit kwam tegen het even welke doffer was raak. Jan Lankamp uit Almelo had er zijn beste midfonddoffer van nederland uit, meerder liefhebbers uit de regio hadden uit deze lijn eerste prijs winnaars. Ze is tevens de stammoeder van mijn bekende "Blackys".

Toen ik in 1995 besloot om naar de Noord-Oostpolder te verhuizen had ik zeker 12 halfbroers uit deze gigant. Allen met een rits kopprijzen en minimaal een 1e in kringverband.

Deze duiven kwamen op de kweek te zitten en de nakweek voldeed lang niet aan mijn verwachtigen, in dit gebied. Ik moet hier wel bij opmerken dat de duiven door een ander zijn overgenomen, dus gespeelt worden op een ander systeem met een andere verzorging en motivatie. Dus het is niet voor de volle 100% zeker wat de oorzaak is. Maar ik denk toch dat dit gebied andere en zwaardere eissen stelt aan de duiven.

Henk Peters